De Chinese Kamer is een eenvoudig gedachte-experiment met een bedrieglijk eenvoudige uitkomst. Het is ontwikkeld in 1980 door Ian Searle en geeft een mogelijk antwoord op het gedachte-experiment van Alan Turing - "kan een machine menselijke intelligentie vertonen".
De Chinese Kamer werkt als volgt: Persoon A bevindt zich in een afgesloten kamer. In de kamer bevinden zich alleen een instructieboek, wat vellen papier en een pen. In de muur van de kamer zit een gleuf, waardoor voedsel en nieuwe vellen papier met opdrachten aan A kunnen worden gegeven. De opdrachten zijn allemaal gesteld in het chinees. Alleen, A beheerst geen woord chinees. Het boek echter bevat allemaal instructies, in de moedertaal van A, die duidelijk beschrijven wat A moet doen in antwoord op de opdrachten die op de vellen papier staan. Dit kunnen handelingen zijn die binnen de kamer blijven of bijvoorbeeld een chinees teken op een vel papier tekenen en dit weer door de gleuf gooien.
De vraag is nu of mensen buiten de kamer kunnen vaststellen of zij van doen hebben met een intelligent chinees sprekend persoon in de kamer en of het antwoord op deze vraag terecht is, welk antwoord dit ook is? Wat A doet is in de kern weinig anders dan wat een computer doet, namelijk als centrale verwerkingseenheid (CPU) instructies (papier dat via de gleuf komt) door middel van een vorm van opslag (geheugen in de vorm van een boek) interpreteren en uitvoeren en indien nodig iets vastleggen en door de gleuf gooien (communiceren). Persoon A beheerst geen woord chinees. Dus de opvatting van een deel van de mensen is dat het antwoord op de gestelde vraag "Nee" moet zijn. Er is echter ook een groep mensen die de vraag met "Ja" beantwoordt. Zij stellen dat het totale systeem van A en de kamer met daarin het boek, het papier en de pen als geheel wel in staat lijken om op een intelligente wijze middels het chinees te communiceren.
Er zijn dus twee opvattingen:
- we beschouwen de onderdelen als individueel en als niet intelligent
- we erkennen de onderdelen maar kijken naar het geheel en beschouwen dit als intelligent
Veel organisaties zijn zo gefragmenteerd dat de onderdelen als individuele eenheden functioneren. Vaak vertonen deze organisaties geen of weinig intelligent gedrag. Voorbeelden genoeg. Denk aan niet functionerende call centers, enkele voorbeelden in deze blog, overheidsinstellingen, verkoop- versus productieafdelingen, enz. Ik heb al eerder aangegeven dat organisaties vaak eerder ten onder gaan aan hun incompetentie dan aan het gevecht met concurrenten.
Wat de Chinese Kamer ons laat zien, is dat de juiste samenstelling en samenwerking van relatief weinig intelligente eenheden wel degelijk intelligent ogend gedrag kan voortbrengen.

Commentaren toevoegen